Voor 1800

Pontveer Afferden – Sambeek door de eeuwen heen

Sinds de middeleeuwen vaart er tussen Afferden en Sambeek een veerpont. De Heer van Afferden bezat hier het veerrecht, dat hij samen met de visserij in dat deel van de Maas verpachtte.

Zo betaalde pachter Paulus Teunissen in 1693 jaarlijks achttien ducatons. Hij droeg bovendien de onderhoudskosten van veerpont en visserijbenodigdheden en diende de heer jaarlijks vijftig pond van de beste Maasvis te leveren.

Rond 1500 lag er ruim een kilometer stroomafwaarts, bij de monding van de Sint-Jansbeek en de Sambeekse Uitwatering, nog een veer, de zogenaamde Sambeker Staay. De Heer van Afferden schijnt het recht op dit veer vóór 1540 te hebben aangekocht van de vorige eigenaars. Daarna werd op deze plek niet meer overgevaren.

Totdat Claes Peters uit Boxmeer in 1711 op deze plaats een nieuw veer begon, zonder zich iets aan te trekken van de heerlijke rechten. De heer liet Claes dan ook arresteren en zijn pont in de slotgracht van kasteel Bleijenbeek te Afferden aan de ketting leggen. Een slepende rechtszaak volgde en we vermoeden zo maar dat het veer van de Sambeker Staay nooit meer heeft gevaren.

Het veer tussen Afferden en Sambeek daarentegen bleef doorvaren. In 1839 plaatste veerman L. Gerats zelfs al advertenties om passagiers te werven. Zo prijst hij in de Noord-Brabander van 24 augustus van dat jaar het Affersche Veer aan bij “de Catholijken welke de reis naar Kevelaar zouden willen ondernemen”: de aanvoerwegen en het veer zijn in prima staat, de veerman kan de nodige versnaperingen leveren en bovendien kan men en passant ook nog het ‘H. Bloed te Boxmeer’ gaan vereren.

Tot 1931 bleef het veer in bezit van de kasteelheer van Bleijenbeek. In dat jaar verkocht hij het samen met de pont en het veerhuis in Afferden aan de toenmalige pachter J. Clevers. Terwijl de aanleg van bruggen over de Maas voor veel maasveren het einde betekende, ging dat voor Afferden niet op. Hier ontbrak een vaste oeververbinding in de direct omgeving, waardoor de veerpont wél rendabel bleef.

Sterker nog, in 1975 werd de oude pont, die slechts twee auto’s tegelijk kon overzetten, vervangen door “Pierre”. Dat was een grotere pont, die eerder onder de naam “Jeanne” het veer bij Ravenstein had bediend. In 1992 werd een geheel nieuwe pont, de “Pierre II”, in de vaart genomen. En deze pont vaart tot op de dag van vandaag heen en weer tussen de Limburgse en Brabantse oever.

 

Bron: bhic.nl

FacebooktwitterFacebooktwitter

Einde Franse Tijd

In 2015 wordt de Slag bij Waterloo herdacht. Op 18 juni 1815 wordt het leger van Napoleon definitief verslagen en komt een einde aan de Franse tijd. Tijdens deze periode is onze woonomgeving vanaf 1794 bezet door Franse troepen. Deze tijd in de nasleep van de Franse Revolutie heeft grote veranderingen met zich meegebracht waarbij de rol van de adel wordt teruggedrongen en de heerlijke rechten (van de kasteelheer) worden afgeschaft.dorpsarchief-bevolkingslijstEr vindt een bestuurlijke hervorming naar Frans model plaats en het gebied van de heerlijkheden Heijen, Afferden en Well-Bergen gaat in 1800 op in de mairie ofwel gemeente Bergen. Er wordt een burgerlijke stand ingesteld en een burgemeester benoemd.

Voor de burgerlijke stand wordt in 1810 een bevolkingslijst van de gemeente Bergen samengesteld: de huizen krijgen een nummer, straatnamen zijn nog niet officieel ingevoerd. Verder worden vermeld: gehuwde personen man/vrouw met leeftijd (gezinshoofd is vet gedrukt), beroep en zonen, familielid en/of knecht met vermelding van leeftijd, dochters, familielid en/of dienstmeid met vermelding van leeftijd, weduwe of weduwnaar met vermelding van leeftijd en aantal personen per huis.

Hier de eerste pagina van deze lijst van Afferden. Als beroep wordt vaak cultivateur (boer) genoemd, maar de meeste mensen waren journalier (dagloner).

In totaal staan 744 personen op de lijst, dat is dan uit Afferden inclusief Heukelom, Bleijenbeek, de Vrij en Siebengewald.

FacebooktwitterFacebooktwitter

Het tiendrecht

Het tiendrecht was een belangrijk onderdeel van de heerlijke rechten. Niet alleen voor de adellijke families. Ook voor de pastoors was dit tot 1800 een bron van inkomsten. De grondgebruikers binnen de heerlijkheid moesten 1/10 gedeelte van hun producten afstaan. Men sprak van grove tienden: alles wat een halm of stengel had; kleine tienden: moeskruiden en kleine gewassen en verder van novaaltienden, die betrekking hadden op de opbrengst van nieuw ontgonnen terreinen. De novaaltienden waren alleen voor de heer.

Te Afferden waren de grote en de kleine tienden voor de pastoor en de heer van Bleijenbeek. Te Bergen kregen de pastoor en de heren van Bleijenbeek en van Well elk een deel van de grote tienden. Te Well deelde de heer van het kasteel de grote tienden met de pastoor en de erven van Oyen. De kleine tienden waren te Well voor de pastoor. Te Heijen hoefde de pastoor met niemand te delen. Hij kreeg zowel de grote als de kleine tienden.Op deze tekening van Jan de Beijer uit 1738 zien we voor het kasteel Bleijenbeek een grote schuur voor de opslag van de producten. Een dergelijke schuur werd vroeger dan ook “tiendschuur” genoemd.

FacebooktwitterFacebooktwitter

Maarten Schenck van Nydeggen

Als er een verkiezing zou worden gehouden van ‘Grootste Afferdenaar aller tijden’ lijkt het er in eerste instantie op dat Maarten Schenck van Nydeggen hoge ogen zal gooien. Zijn naam is nauw verbonden met de historie van Afferden in het algemeen en kasteel Bleijenbeek in het bijzonder. Hij wordt geboren in Goch in 1549 en krijgt een geheel militaire opvoeding. Maarten Schenck is een moedige en kundige krijgsheer, een echte vechtjas en hij wint menige veldslag.

Er wordt echter wel beweerd dat Maarten Schenck tot de groten der vaderlandse geschiedenis zou hebben behoord, als hij zich niet zo had overgegeven aan gruwelijke wreedheden. Hij strijdt tijdens de Tachtigjarige Oorlog voor Oranje, voor Spanje en, na zijn gevangenschap, weer voor Oranje. Hij kiest de zijde die voor hem en het behoud van kasteel Bleijenbeek het beste uitkomt. Hij trekt kriskras door het land, plundert en moordt er schijnbaar naar hartenlust op los en wordt zo een beruchte roofridder. Ook de wijze waarop hij kasteel Bleijenbeek in 1576 in bezit neemt, is dubieus.

Bij een aanval op Nijmegen, dat is bezet door de Spanjaarden, komt Maarten Schenck in 1589 om het leven. Hij sterft letterlijk in het harnas dat hem het zwemmen belet als hij in de Waal valt. Zijn lijk wordt opgedregd en door Spaanse soldaten gevierendeeld en onthoofd. Naar verluidt worden de lichamelijke resten jaren later in de Stevenskerk begraven.

Dus, gezien zijn bedenkelijke levenswandel, Maarten Schenck toch maar niet tot ‘Grootste Afferdenaar aller tijden’ verkiezen…

FacebooktwitterFacebooktwitter