Berichtenarchief landkaart

Plattegrond Afferden 1967

dorpsarchief-plattegrond-1967Een plattegrond van Afferden zoals die in 1967 wordt gebruikt door de Dienst van Gemeentewerken Bergen. De naoorlogse uitbreiding van Afferden in oostelijke richting is gevorderd tot enkele huizen aan de Christinastraat. Ook aan de Julianastraat zijn net na de oorlog nieuwe huizen gebouwd.

Grensgeschillen Afferden en Goch

De huidige grens met Duitsland is in 1815 bepaald. Voor die tijd waren grenzen niet altijd zo precies vastgelegd. Zo ook in deze omgeving van Afferden tussen de Heerlijkheid Bleijenbeek en het Niederamt (district) Goch. In de middeleeuwen en nog lange tijd daarna werd hierover getwist. Er speelden allerlei belangen, vooral van economische aard. Tussen Afferden en Goch lagen uitgestrekte heide- en veengebieden en het was niet altijd duidelijk aan wie deze toebehoorden. Wie mocht er zijn schapen laten grazen en wie mocht er turf steken. Er is sprake van het ‘Afferdener Venn’ waarbij ‘Venn’ hier betrekking heeft op een veengebied op delen waarvan Goch aanspraak maakte.

In het boek Geschichte der Familie Schenk von Nydeggen van Heinrich Ferber uit 1860 staat beschreven dat er meer geschillen tussen Afferden en Goch bestonden: “Er woonde eens een vrouw op de Afferdse hei, die haar kind in Afferden wilde laten dopen. De rechter van Goch en enige burgers verschenen bij haar, haalden het kind uit het huis en brachten het naar Goch voor de doop. De woning zou op Gochse grond staan en vandaar de maatregel. Eens stierf een kind voor het klooster Gaesdonck. De vader wilde het op het Afferdse kerkhof laten begraven omdat het kind naar zijn mening op Afferds gebied gestorven was. Het gericht van Hülm dreigde met zware boeten. Hij zou in de gevangenis opgesloten worden als hij het kind in Afferden liet begraven. Daarop haalden de gerechtslieden van Hülm het kind uit het huis, bonden het op een paard en begroeven het te Hülm.”

Landkaart Afferden rond 1835

Uit: Heinrich Ferber – Geschichte der Familie Schenk von Nydeggen – 1860

Het aantal inwoners van de parochie Afferden is in het midden van de vorige eeuw (19e eeuw, DA) buitengewoon sterk toegenomen, en wel met 70 haardsteden (hiermee werd vroeger een woning aangeduid, een plaats waar een haard aanwezig was, ter onderscheiding van bv. een stal, DA). Deze telde in 1814 reeds 300 woningen. Desondanks waren de omstandigheden tot 1823 goed, arme mensen waren er eigenlijk niet. De uitgestrekte gemeentegronden boden de bewoners voldoende middelen om in hun bestaan te voorzien en hun vee te voeden. De heide werd gebruikt als brandstof en wat over was werd in Goch en omgeving verkocht.

Toen deze gemeentegronden echter gedeeltelijk werden verkocht, ontstond een heel andere toestand. Er vestigden zich vele nieuwe inwoners in Afferden en de bevolking en daarmee ook de armoede nam sterk toe. Op de vroegere gemeenschappelijke gemeentegronden ontwikkelde zich een aanzienlijk proletariaat waardoor er voor de gemeente een zorgelijke toestand ontstond.

De landkaart toont Afferden rond 1835. Afferden had toen ongeveer 1250 inwoners. Daarbij moeten we wel bedenken dat Siebengewald toen bij Afferden hoorde.

Einde van de Franse tijd 1814

dorpsarchief_kaart_begin_1800Deze kaart toont Afferden en omgeving aan het begin van de 19e eeuw. De grens verloopt ongeveer parallel aan de Maas.

In oktober 1813 leed Napoleon met zijn leger een grote nederlaag bij Leipzig. Daarop is in januari 1814 de Franse inlijving beëindigd. Op het Congres van Wenen in 1815 is beslist over de nieuwe staatkundige indeling. Tussen Nederland en Pruisen bestond aanvankelijk onenigheid over de grens tussen deze landen.

Uiteindelijk is bepaald dat van Venlo tot voorbij Mook de grens de rechter Maasoever zodanig zou volgen dat:

a. alle plaatsen, die niet meer dan 1.000 Rijnlandse roeden ( 3.767 meter) van deze oever verwijderd lagen, met alle daartoe behorende delen tot het Koninkrijk der Nederlanden zouden behoren;

b. het Pruisisch gebied nergens nader dan 800 Rijnlandse roeden (= 3.014 meter) bij de Maas zou komen liggen. Dit was de afstand van een kanonschot. Voor Nederland was het gebied tussen Maas en landsgrens een soort veiligheidsgordel.

Deze grensbepaling heeft scheiding gebracht tussen plaatsen, die jarenlang nauw met elkaar verbonden waren. Wanneer in 1815 het taalgebruik de leidraad was geweest bij het vaststellen der grenzen, was het resultaat wellicht anders geweest. In vrijwel het gehele gebied van de Nederrijn was tot omstreeks 1830 het Nederlands de voertaal. In het dagelijks verkeer en in de kerken werd deze taal algemeen gebruikt en op scholen onderwezen. Alleen in officiële stukken werd het Duits gebruikt. Na het invoeren van het Duits op de scholen en in de kerken (1828—1840) raakte de bevolking van Opper Gelder en Kleef geleidelijk meer verduitst.