Typhoon-piloot blijft vermist

De piloot van een van de Typhoon-bommenwerpers die kasteel Bleijenbeek op 21 februari 1945 bombardeerden heette, zoals we op de filmbeelden zien, Woodward. Zijn volledige naam was Norman Paulle Courtney Woodward, geboren in Vancouver Canada. Hij vloog bij het RAF No. 263 Squadron.

Op 17 april 1945 werd zijn Hawker Typhoon bij een aanval op vrachtschepen in de buurt van Harderwijk waarschijnlijk door luchtafweergeschut getroffen en het vliegtuig stortte in het IJsselmeer. Sindsdien gold Flight Lieutenant Woodward als vermist. Wat dit verhaal nog tragischer maakt, is het feit dat Harderwijk een dag later op 18 april 1945 werd bevrijd.

Bij werkzaamheden in het betreffende inmiddels drooggelegde gebied is begin dit jaar het wrak van de Typhoon gevonden. De website harderwijknu.nl meldde op 06-03-2015 het volgende:

Recente bergingswerkzaamheden van een vliegtuigwrak bij Plan Waterfront hebben er niet toe geleid dat het stoffelijk overschot van oorlogsvlieger Woodward alsnog boven water kwam. Daarmee lijkt het zeventig jaar na dato onmogelijk de nabestaanden van de Typhoonpiloot uit de onzekerheid te helpen en lijkt het verleden van de vliegenier, die één dag voor de bevrijding van Harderwijk om het leven, kwam definitief toegedekt.

Naar schatting liggen er nog zo’n 2000 vliegtuigwrakken in de Nederlandse grond, zee- en rivierbodem. Dat het bergen van een vliegtuigwrak uit de oorlog geen eenvoudig werk is, blijkt uit de circulaire “Bergen van vliegtuigwrakken en vermiste bemanningsleden uit de Tweede Wereldoorlog; opsporen en ruimen van andere explosieven dan geïmproviseerde”.

De beslissingsbevoegdheid voor het al dan niet laten uitvoeren van bergingen van wrakken en/of stoffelijke resten berust bij het gemeentebestuur. Overwegingen die hierbij een rol spelen zijn openbare orde en veiligheid, algemeen belang, volksgezondheid en piëteit ten aanzien van nabestaanden en gesneuvelden.

Nadat sporen van vliegtuigresten op bouwlocatie zijn aangetroffen is de Bergingsdienst van de koninklijke Luchtmacht ingeschakeld. Verantwoordelijk stafofficier van de Bergingsdienst majoor A.L. Kappert: “De gemeente is in zo’n geval de beslissingsbevoegde autoriteit en heeft op dit moment al het mogelijke gedaan. Bij de berging zijn een deel van het landingsgestel, een gedeelte van een propellorblad en een klein stukje plaatwerk aangetroffen.” Gebleken is dat na de oorlog minimaal één bergingspoging is ondernomen. Dit blijkt uit, een later, ontvangen archiefdocument met handgeschreven aanvullingen.

Hoewel de hoop was om aan de onzekerheid van nabestaanden van de piloot een einde te maken, zijn er geen menselijke resten op de zoeklocatie aangetroffen. Deze zijn er volgens majoor Kappert wel geweest. “Er zijn zo veel handelingen in het gebied geweest die van invloed kunnen zijn op het al dan niet vinden van deze resten: Eerdere, niet officiële bergingspogingen, baggerwerkzaamheden waar eventuele resten niet zijn opgemerkt, visserij en mogelijkheid van afdrijven”.

Al deze mogelijke invloeden lijken het verleden definitief te gaan bedekken.

Met dank aan Archief Gerrie Franken Heijen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

:-( 
:wave: 
:hello: 
:perfect: 
:wink: 
:-) 
:clown: 
:bouncey: 
:tongue: 
:rose: 
:blush: 
:biggrin: 
:cool: 
:cry: 
:kiss: 
:laugh: 
:notgood: 
:look: